Translate

Dutch English French German Spanish
  • Laatste aanpassing: dinsdag 11 september 2018.

Oman

30-06-2018 t/m 12-09-2018

De enclave Musandam is een ruig, dor en bergachtige punt in het noordoosten van het Arabisch schiereiland. Dit stuk Oman is dun bevolkt en erg mooi. Nadat we vanuit de Emiraten via de grenspost Al Darra dit stukje van Oman zijn binnengekomen, zijn we rechtstreeks naar Bassah Beach gereden. Een mooi breed strand omgeven door hoge rotswanden. Op het lange strand staan vissersbootjes op trailers gestald in een rij. Het is weekend en dus zijn er gezinnen die een dagje naar het strand komen. Maar toch is het rustig. De zon bakt er genadeloos op los en wind is er niet. Wat lusteloos door de hitte bekijken we vanuit de schaduw het leven op het strand. Als de zon bijna onder is komen nog wat vissersbootjes terug en zien we ze uit het water gesleept worden. Ook als de zon onder is koelt het weinig af. We kunnen het verloren zweet niet bijgedronken krijgen. Na een zweterig nachtje gaan we het binnenland bekijken. Eerst nog even in de plaats Khasab een simkaart met internet tegoed kopen en wat inkopen gedaan. Daarna een nieuwe weg afgereden door het centrum van Musandam. We rijden door een dal waar diverse kleine dorpjes liggen. Door de hitte is er weinig leven op straat. Veel meer dan wat geiten zien we niet. Aan beide zijde van de weg ruwe rotswanden. Er groeit vrijwel niks. Slechts wat plukjes dor gras en kale struikjes. Toch zien de dorpjes er netjes en welvarend uit. Vroeg in de middag zijn we alweer terug op Bassah Beach. Het voorgenomen weekje strand wordt drastisch ingekort. Het is hier mooi en rustig maar zonder wind is de hitte erg oncomfortabel. Na twee dagen strand besluiten we om naar het “grote” stuk van Oman te gaan. Dat ligt een dagje, door de Emiraten rijden, verderop. De grensplaats waar we Oman weer binnen rijden is Khatmat Milahah en ligt aan de kust. We hadden besloten om Waggel in Oman een servicebeurt te laten geven en laten dat doen bij een MAN dealer in Ghadfan. We zijn er zonder afspraak heen gereden en werden vlot en gastvrij ontvangen en geholpen. Het overviel ons wat omdat we dachten een afspraak te moeten maken. We zijn net een paar uur in het land en de hulpvaardigheid en gastvrijheid is overweldigend. We laten de oliefilters vervangen maar omdat ze de filters niet hebben gebruiken we onze eigen nieuwe filters. Ook laten we een gesprongen hydrauliek slang van het cabine kantelen vervangen. Deze moesten ze extern laten maken. De grootste klus was het kruislinks verwisselen van de banden. Als kers op de taart werd Waggel schoongespoten en doorgesmeerd. We kunnen dus weer kilometers maken. Omdat dit alles niet in een middagje gedaan kon worden, hebben we de nacht achter de garage doorgebracht. Niet echt een idyllische eerste nacht in Oman. Als we de volgende dag ’s middags weer op pad gaan, zoeken we een plekje langs de zee bij de plaats Sallan. Het is warm en vochtig. De volgende dag vertrekken we pas na de koffie. Ons doel is een kampeerplekje 90 km verderop in de plaats Al Khaburah. Het is vrijdag en de toch al rustige wegen, zijn nog stiller. We rijden via een grote supermarkt voor wat boodschappen, naar het strand. Achter het fort van Al Khaburah is een pleintje en daar parkeren we met uitzicht op zee. Een zacht windje maakt het dragelijk vandaag. Het pleintje blijkt de vismarkt te zijn. Er wordt ons verteld dat we er rustig kunnen overnachten. Niemand zal ons storen. ’s Avonds als we een rondje om het sfeervol verlichte fort lopen, worden we aangesproken door een paar mannen. We moeten bij ze komen zitten en thee met halwa (Omani chocolade) nuttigen. Veel Engels spreken ze niet. Eén van de mannen geeft ons nog een korte rondleiding door zijn kruidenhandel. Het was weer een mooie belevenis. ’s Morgens vroeg horen we wat gescharrel rond Waggel. Als we een kijkje nemen blijkt dat men druk is om de markt op te bouwen. Gelukkig wel zo dat we niet ingesloten worden. Er liggen kleden op de grond met stapels groenten en fruit. Aan de andere kant van het plein zijn ze bezig met vis. Als we Waggel starten om richting Muscat te gaan vinden de mannen het echt niet nodig dat we weggaan. Maar toch vertrekken we. In het stadsdeel Qurm hebben we van andere reizenden gehoord moet een mooi palmenstrand zijn met daarbij restaurants en winkels. Een prima plek zo leek ons om de 50ste verjaardag van Monique te gaan vieren. Helaas bleek het terrein afgezet voor nieuwbouw en moesten we op zoek naar een alternatief. Dit is het strand van Al Azaiba geworden. Ook hier is een restaurant en er staan wat foodtrucks. Langs het strand is een net park aangelegd. Wandelpaden, frisgroen gras, struiken en overdekte zitjes. Je kan er jetski’s huren en je lekker afkoelen in de zee. Het is een populaire plek en vooral wat later op de dag en ’s avonds is het er druk. Waggel staat tussen de palmbomen vlak naast het gras. ’s Avonds komen veel mensen om te sporten of om af te koelen in de zee.

 

Ondanks de mooie plek en de gezelligheid is het ook hier na een paar dagen genoeg voor ons. De klamme hitte put ons uit. Hoogste tijd dus om het koelere deel van Oman op te gaan zoeken. Vanuit Muscat rijden we naar Al Ashkharah. De route die we nemen gaat door het binnenland. Dat betekent dus de bergen in. De wegen zijn breed, nieuw en rustig. We rijden zuidelijk richting de plaats Bidbid om vanaf hier een secundaire weg richting de kust te rijden. We komen langs de plaatsen Ibra en Ja’lan Bani Bu Ali. In deze laatste plaats willen we een fort bezoeken maar de steeds smaller wordende straatjes dwingen ons om te keren. Via een andere route zouden we er wel kunnen komen maar dat komt de volgende keer wel. Enkele kilometers voor we de kust bereiken voelen we de verkoelende wind van de Indische oceaan al. Er staat een stevige maar vochtige wind. De temperatuur is met ruim 20 graden gezakt. Heerlijk!! Langs het lange strand van Al Ashkharah zetten we Waggel boven op een duin en vol in de verkoelende wind. De volgende morgen vervolgen we onze weg langs de kust naar het zuiden. De wind was erg prettig maar Waggel is nu bedekt met een dikke laag zout. Dat is wat minder fijn. Ook vandaag staat er een stevige wind. Pal tegen. Hard weken dus voor Waggel als we door een eindeloos maar schitterend duinengebied rijden. De wind blaast het zand over de weg en vormt ook daar zandophopingen en mooie patronen. De weg naar het zuiden is meer dan mooi. De bergen, canyon’s en wadi’s wisselen elkaar af. Zo staan we de ene dag ergens op het strand, dan weer in de bergen en soms in de woestijn of in een wadi. Wat een land! Bij de plaats Shalim moesten we voor het eerst sinds Saudie Arabië weer tanken. De diesel is hier weliswaar 5 keer zo duur als in Saudie Arabië maar 0,55 Euro per liter is nog steeds goed te doen! 20 km verderop overnachten we op de rand van een bergplateau. De uitzichten over de vallei zijn schitterend. In de verte is de zee weer te zien. Het hierna volgende stuk van de route langs de kust hoort zeer zeker thuis in het rijtje “mooiste routes door ons gereden”. We stoppen talloze keren voor foto en video. De weg slingert deels langs de grillige rotskust en wat landinwaarts langs diepe canyon’s en wadi’s. Een fantastische route! Ondertussen zijn we aangekomen in het stuk van Oman waar in mei een tornado veel schade heeft aangericht. Wegen zijn weggeslagen, huizen liggen plat en zendmasten zijn geknikt. Maar er is al heel veel herstelwerk verricht. Goede noodwegen zijn aangelegd en nieuwe zendmasten geplaatst. Het leven gaat verder. Naarmate we dichter bij Salalah komen verandert het weer. Drie maanden in het jaar komt er een mistachtige regen vanuit India overgewaaid op dit stuk van Oman. Khareef wordt dit verschijnsel genoemd. De temperaturen liggen rond de 25 graden, het waait een beetje en in de bergen direct achter Salalah, hangt een dichte mist. Alles wordt vochtig en de inwoners van Oman vinden het heerlijk. Ze gaan massaal hier op vakantie, ze picknicken in de regen en rijden met hun schuifdak en ramen open. Het maakt ze niet uit dat ze nat worden. Hiervoor zijn ze gekomen! Een stukje voor Salalah rijden we naar Khor Ruri. Dit ligt in een groene vallei bij de plaats Taqah. Een Khor is een van de zee afgesloten water. Een stuk verderop in de vallei zien we een fort dat duidelijk populair is bij de lokale toeristen. Van grote afstand zijn de dames in boerka te zien. Over de hellingen van de vallei scharrelt een grote groep kamelen. Verder is er geen mens te zien. Een plek om terug te komen dus. Na een hele rustige nacht rijden we het binnenland in. Dat betekent de bergen weer in. Al snel zitten we in de dichte mist. Verlichting aan en alarmlichten ingeschakeld. We kruipen tussen de andere vrachtwagens door de steile hellingen op. Zodra we het hoogste punt bereikt hebben is de zon er weer en is de mist verdwenen. Vanaf hier is het weer een dor landschap. We rijden naar Wadi Dawkah. Hier is een plantage met wierrookbomen. De zeer langzaam groeiende bomen zijn maximaal 3 meter hoog. Ze tappen van de boompjes een stroperig vocht af zoals bij de rubberbomen. Dit laat men een maand drogen tot er harde korreltjes ontstaan en dan heb je de wierrook die op de markt van Salalah wordt verkocht. We nemen een gravelweg naar het westen die door een spectaculair landschap gaat. We rijden tussen en door de canyon’s en kijken steeds weer de diepte in. Als we dichter naar de kust komen wordt het ook weer groener en maken groepjes kamelen het plaatje compleet. Het plan was om de kustweg tot aan de grens met Yemen af te rijden maar de mist is hier zo dicht dat we stapvoets weer richting Salalah gereden zijn. We zijn ongeveer 75 km landinwaarts geweest. De temperaturen gingen van 25 naar 53 en weer terug naar 25 graden en de luchtvochtigheid van 95 naar 5%. Heel extreem! Bij een uitzicht punt stoppen we voor de lunch en besluiten al snel dat dit een prima plek is om te overnachten. Honderd meter onder ons loopt een groen dal naar de zee. Om ons heen hoge rotswanden. We zien kamelen, strand en zee. Wat wil je nog meer? De volgende overnachtingsplak is slechts 4 km verderop. Hier zijn een overhangende rots en de “blow-holes” een grote toeristentrekker. Door gaten in de rotsen spuit het door de golven opgestuwde zeewater, hoog de lucht in. Er is een net park omheen aangelegd en ook hier staan weer mensen eten en drinken te verkopen. Je kan er een rondje op een paard maken en met een theeverkoper op de foto. In de omgeving van Salalah is van alles te doen en te bezichtigen. Zo ook Wadi Ayoon. Deze wadi ligt in het warme, drogere stuk. Hier zijn we een nachtje gebleven. Een mooie smalle canyon waar kristalhelder water in staat. Vooral de kleuren in de rotslagen zijn fraai.

 

Dan is het tijd om de stad te gaan bekijken. We stoppen bij het hoofdpolitiebureau en vinden na wat zoeken en vragen de immigratiedienst. Daar worden we doorverwezen naar de baas van de afdeling. We hebben een visum voor een jaar maar moeten maandelijks even het land uit. Hier proberen we of er ook andere mogelijkheden zijn dan 1.200 km terug rijden. De baas stuurt twee van zijn medewerkers met onze paspoorten weg en na een half uur kunnen we drie maanden blijven. We zijn benieuwd wat of er gebeurt als we Oman verlaten. Op het strand in de stad mogen we bij een moskee onze watertank vullen en honderd meter verderop parkeren we Waggel. We staan midden in de stad en toch alleen. De wierrooksouk is op 150 meter en die bezoeken we de volgende dag. De zee is 30 meter van ons vandaan met een zandpad ertussen. Op het strand staat overdag een lange rij auto’s van picknickende gezinnen. De kleine souk bestaat voornamelijk uit winkels en kraampjes die wierook en andere luchtjes verhandelen maar er zijn ook kleermakers voor de traditionele gewaden, kappers en eettentjes. Het is er na zonsondergang gezellig druk.

Op de weg terug richting het noorden houden we een paar dagen rust in de vallei van Khor Ruri. Nog even wat was wegwerken en wat onderhoud aan Waggel doen. De dag van vertrek regent het. Goed getimed dus. We volgen weer de prachtige kustweg naar het noorden. Ook nu is de wind erg hard maar in de rug. Gelukkig maar want hij blaast zomaar één van de wielhoezen van de reserveband af. Monique ziet het in de spiegel gebeuren. De hoes haalt ons in en rolt over het strand de zee in waar hij zijn snelheid verliest. Dus snel Waggel aan de kant en achter de (schoongespoelde) hoes aan rennen! Bij de plaats Shalim verlaten we de kust om een stuk door het binnenland te rijden. Het blijkt een saaie en vooral erg warme route te zijn. We passeren olievelden met jaknikkers en dat ruik je van verre! De penetrante olielucht is niet te missen. Deze weg schoot lekker op maar toch zoeken we, na enkele honderden kilometers, de koelte van de kust weer op. Zuidelijk van de duinen van Wahibi Sands bereiken we de Indische Oceaan weer. Na enkele reisdagen komen we aan bij het zeeschildpad reservaat Ras Al Jinz. Hier laten we ons verwennen in het restaurant en zien ’s avonds, met een begeleide wandeling, schildpadden eieren leggen op het strand. Na een rustig nachtje op de parkeerplaats zijn we via Sur naar Qalhat gereden. Ook hier pakken we weer een paar dagen rust. Dit is hard nodig want de knie van Monique protesteert hevig. Uitgerust maar zeker niet pijnvrij zijn we na een paar dagen richting het Bimmah Sinkhole gereden. Een mooie plek. Er is een park aangelegd rond een groot gat in de grond. Onderin staat water. Een betonnen trap loopt naar de bodem van het gat. Er is een strandje en er wordt volop gezwommen in het heldere water. Terug in Muscat besluiten we naar de knie van Monique te laten kijken. Er worden röntgenfoto’s en een MRI-scan gemaakt. Hieruit blijkt dat er weer een stukje van de meniscus is afgebroken. Een operatie is wenselijk volgens de arts maar onze verzekering denkt daar anders over. Zij vinden het niet dringend en geven dus geen vergoeding. Geen operatie dus. We zullen ons erbij neer moeten leggen dat Monique voorlopig met pijnstillers verder moet gaan. Als we weer in Al Azaiba parkeren komen er twee politieauto’s naar ons toe. Het blijkt dat we pal voor de residentie van de Emir van Qatar staan. We mogen overal staan maar niet hier. De meer dan beleefde politie vond het duidelijk moeilijk een gast in hun land, weg te sturen. Een klein stukje verderop vinden we een prima plekje langs het strand voor de komende dagen. Hierna gaan we een rondje door het bergachtige binnenland maken. De eerste stop is Nizwa. In het centrum naast de souk ligt een groot parkeerterrein. Als we aankomen is dit plein vrijwel leeg vanwege de feestdagen Eid Al Adha oftewel het Offerfeest. De souk is verlaten, alles is dicht. Alleen wat jeugd probeert wat speelgoed te verkopen op kleedjes langs de muur van de souk. Zoals altijd begint het ook hier pas tegen de avond te leven. Het parkeerterrein stroomt vol en de eetkraampjes worden opgebouwd. Het lijkt vooral om de kinderen te draaien. Een groep mannen met zwaarden en trommels gaat zingen en dansen. Dat trekt veel publiek. Vooral mannen staan te kijken. Vrouwen blijven op afstand. Het blijft wennen. Vrijdagmorgen is normaal gesproken de veemarkt maar ook deze gaat blijkbaar niet door tijdens het Offerfeest. Slechts twee veewagens en geen belangstellende. Wel zijn er wat winkels open in de souk. We kunnen het niet laten dadels te proeven en een kopen een zak vol.

 

Tegen de lunch vertrekken we uit Nizwa en rijden via de plaats Tanuf naar Al Hoota. Het dorp Tanuf is 70 jaar geleden gedeeltelijk plat gebombardeerd. De ruïnes van de lemen woningen staan er nog. We scharrelen er tussendoor en maken wat foto’s en video. We overnachten op enkele kilometers van de Hoota grotten naast een droge rivier tussen de bergen. De grotten zijn vanaf 09.30 uur te bezoeken en wij gaan met de eerst rondleiding mee. Een traag treintje brengt de bezoekers van het bezoekerscentrum naar de ingang van de grot. De grot is ongeveer 5 km lang maar slechts 500 meter is te bezoeken. De rest staat onder water. Er zijn wat druipsteen formaties en in de grot wonen kleine vleermuizen. In het ondergrondse meer leven blinde vissen. Enkele keren per jaar overstroomt de grot. Enkele wadi’s in de omgeving voeren hun overtollige regenwater via deze grot af. Hij komt dan helemaal vol te staan. De gids liet ons een video van zo’n gebeurtenis zien. Het water kolkt met geweld door de grot. Na dit bezoek zijn we via de plaats Al Hamra naar Bahla gereden. Hier bezoeken we een enorm en imposant fort. Het is deels opgetrokken uit steen en deels uit leem. In dit fort kan je makkelijk een paar uur ronddolen. De dag erop bezoeken we Jabreen Castle. Het kasteel is in tegenstelling tot het fort, gedecoreerd en nog deels ingericht. Een fort is dan ook voor het leger en een kasteel voor de machthebber met zijn familie en gevolg. Beide bezoeken waren zeker de moeite waard. Na Jabreen zijn we naar Al Ayn gereden om de op een heuvel gebouwde graven te bezoeken. Een rij van een 18 iglo-vormige bouwsels van los gestapelde stenen zijn als beschermde archeologische plaats aangegeven. Net als in het kasteel en bij het fort zijn we ook hier de enige bezoekers. Iets voorbij Rustaq hebben we de nacht naast een stuwmeer doorgebracht. Er staat niet veel water in het meer, maar genoeg om de directe omgeving frisgroen te houden. En daar profiteren de langharige geiten weer van. We hebben een week gedaan over het rondje door het bergachtige achterland van Muscat. Bij de plaats Barka komen we weer bij de kust. Het is tijd om weer richting de Emiraten te gaan. We zijn van Oman en zijn zeer gastvrije bevolking gaan houden. De keren dat we thee, eten en andere lekkernijen aangeboden kregen zijn niet te tellen. Voor nu gaan we even afkoelen in Zuid-Afrika, maar daarna komen we hier zeker terug. De hitte zal dan plaats gemaakt hebben voor hopelijk prettigere temperaturen!